Dossier: BSA
Al vele jaren is er op de TU Delft gesproken over de invoer van een bindend studieadvies (BSA). Het BSA is een bindend advies dat gegeven wordt aan studenten die een bepaalde puntengrens niet halen. Bij het niet halen van deze puntengrens wordt de student van de betreffende opleiding uitgeschreven. Het BSA is sinds collegejaar 2009-2010 ingevoerd aan de TU Delft met een puntengrens van 30 ECTS. In collegejaar 2010-2011 is besloten om het BSA te verhogen naar 45 ECTS met ingang van collegejaar 2012-2013.
De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) geeft universiteiten de mogelijkheid een bindend studieadvies (BSA) te geven aan eerstejaarsstudenten. Dit wil zeggen dat aan het advies over de voortzetting van de studie binnen of buiten de bacheloropleiding die hij volgt, een afwijzing verbonden kan worden: de student mag dan de studie die hij volgt niet voortzetten.
Iedere BSc student moet in het eerste studiejaar van zijn BSc-opleiding een minimum aantal EC behalen uit het betreffende propedeuseprogramma om de opleiding voort te kunnen zetten. Wanneer deze norm niet gehaald is, wordt de inschrijving van de student uiterlijk per 1 oktober beëindigd. De student kan zich gedurende vier jaar volgend op het studiejaar waarover hij een BSA heeft gekregen niet voor de betreffende opleiding inschrijven.
Het BSA is van toepassing op alle studenten die sinds het academisch jaar van 2009/2010 voor het eerst in de propedeuse van een BSc-opleiding staan ingeschreven.
- Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar hoofd- of bijstudie of naar eerste of tweede studie.
- Wanneer een student vóór 1 februari uitgeschreven is van de opleiding, dan wordt hij vrijgesteld van het BSA. In de praktijk betekent dit dat de student zich uiterlijk 31 december via Studielink moet uitschrijven. Wanneer de student zich het volgend academisch jaar weer voor dezelfde opleiding inschrijft, wordt hij beschouwd als eerstejaars en valt dus onder de bepalingen die gelden voor BSA.
- Iedere student die zich ná 1 februari uitschrijft én minder dan 30 EC heeft behaald, krijgt wel een BSA.
- Voor studenten die zich kunnen beroepen op persoonlijke omstandigheden op grond waarvan zij de norm niet hebben behaald en voor de studenten die zich na 1 oktober (b.v late inschrijving en/of omzwaaiers) hebben ingeschreven en de norm niet hebben behaald kan een uitzondering worden gemaakt (zie hiervoor par. 2).
Het BSA wordt gegeven door de decaan. Hij laat zich hierbij adviseren door de facultaire BSA-commissie die voor de decaan de beslissing maakt of een student wel of niet een BSA krijgt. Formeel gezien maakt de decaan de beslissing, maar het advies van de BSA-commissie wordt normaliter overgenomen door de decaan. De beslissing van de facultaire BSA-commissie wordt gemaakt op basis van de vier bovenstaande punten.
De TU Delft heeft het BSA ingevoerd om verschillende redenen. De propedeuse heeft onder andere als doel om er voor te zorgen dat studenten op de juiste plaats komen te zitten en dat ze er snel achter komen of ze op de goede plek zitten of niet. De TU vond echter dat de uitval in het 2de en het 3de jaar voor de invoer van het BSA nog te hoog was en het BSA zou ervoor moeten zorgen dat studenten niet meerdere jaren blijven aanmodderen. Zo zou de BSA ervoor zorgen dat studenten die niet geschikt zijn voor de gekozen studie, eerder uitvallen. Daarnaast is de ervaring van de Erasmus Universiteit Rotterdam dat studenten door het BSA niet alleen in hun 1ste jaar maar ook in de daarop volgende jaren een hoger studietempo hebben, waardoor het studierendement hoger komt te liggen.
In het collegejaar 2010/2011 is besloten om de norm van het BSA te verhogen van 30 EC naar 45 EC. Vanaf collegejaar 2012/2013 zal de puntengrens van het BSA 45 EC zijn.
Bij de uitvoering van het BSA moet rekening gehouden worden met persoonlijke omstandigheden, zoals omschreven in de WHW. Deze omstandigheden worden toegekend als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de student, wanneer deze omstandigheden zich niet voor hadden gedaan, de norm dan wel gehaald zou hebben. Persoonlijke omstandigheden leiden dus niet op voorhand al tot uitstel van het BSA.
Naast uitzonderingen voor persoonlijke omstandigheden, worden er ook uitzonderingen gemaakt voor studenten die later dan 1 oktober begonnen zijn aan een studie.
In verband met de verhoging van de BSA norm naar 45 EC en aankomende curriculum veranderingen op de gehele universiteit (zie dossier Studiesucces) is, na aandringen van ORAS, besloten om de uitzonderingsbepaling uit te breiden. Deze uitzonderingsbepaling, die nog moet worden uitgewerkt, zal zich focussen op onstudeerbaarheid van het curriculum. De uitwerking van deze extra uitzonderingsbepaling zal als deze is uitgewerkt, worden toegevoegd in dit dossier.
Procedure persoonlijke omstandigheden
- De student meldt de studieadviseur van zijn opleiding dat er sprake is van persoonlijke omstandigheden en dat de studie daar mogelijk hinder van ondervindt. Belangrijk is dat dit zo snel mogelijk gebeurt na of tijdens het ondervinden van de hinder.
- De WHW verstaat onder persoonlijke omstandigheden:
- Ziekte
- Handicap
- Bijzondere familieomstandigheden
- Zwangerschap
- Bestuurslidmaatschap
- Bestuurslidmaatschap zoals genoemd in lid 2, is in Delft in het eerste jaar van dusdanig beperkte aard dat toekenning van persoonlijke omstandigheden op grond van bestuurslidmaatschap in het kader van het BSA niet mogelijk is.
- De student levert eventuele bewijsstukken in bij de studieadviseur.
- De studieadviseur registreert dat er sprake is van persoonlijke omstandigheden.
- Persoonlijke omstandigheden dienen zo spoedig mogelijk nadat de omstandigheid zich heeft voorgedaan gemeld te worden.
- Aan het eind van het studiejaar worden alle studenten bij wie sprake was van persoonlijke omstandigheden en die minder dan 30 EC hebben behaald voorgelegd aan de BSA-commissie.
- Wanneer de commissie oordeelt dat de persoonlijke omstandigheden de studievoortgang in die mate hebben beïnvloed dat de norm van 30 EC niet haalbaar was, dan kan de commissie de decaan adviseren de student uitstel van het BSA te verlenen. Dit houdt in dat de student geen negatief BSA krijgt maar in het volgende studiejaar 30 EC moet behalen uit de propedeuse, bovenop de reeds behaalde punten.
Procedure voor inschrijvers na 1 oktober
De BSA-commissie beoordeelt of de student die zich later dan 1 oktober heeft ingeschreven en minder dan 30 EC heeft behaald in aanmerking kan komen voor uitstel van het BSA. Als de commissie oordeelt dat de late inschrijving in die mate heeft beïnvloed dat de norm van 30 EC niet haalbaar was, kan de commissie de decaan adviseren de student uitstel van het BSA te verlenen. Dit houdt in dat de student geen negatief BSA krijgt maar in het volgende studiejaar 30 EC moet behalen uit de propedeuse, bovenop de reeds behaalde punten.
Procedure voor onstudeerbaar curriculum
Als deze bepaling is uitgewerkt, zal hij worden toegevoegd.
Het BSA is helaas niet volledig probleemloos ingevoerd. Er zijn nog een aantal punten waar speciale aandacht naar toe moet gaan. Daarnaast zijn er ook een aantal adviezen die ervoor moeten zorgen dat de student niet onnodig benadeeld wordt door het BSA.
1. Een paar extra vakken volgen bij een andere opleiding: geen tweede inschrijving
Studenten die extra vakken willen volgen bij een andere opleiding, niet met het doel daar een (P-) diploma te halen en ook niet als onderdeel van het studieprogramma van de hoofdopleiding, raden we ook af hiervoor een tweede inschrijving te nemen. Bij wel inschrijven in de tweede opleiding, zal de student vrijwel zeker een negatief BSA krijgen, waardoor de student niet verder mag met de tweede opleiding.
2. Bijvakken en minors (als onderdeel van de eigen opleiding): geen tweede inschrijving
Ouderejaars studenten die als onderdeel van hun eigen (hoofd-)opleiding bijvakken, keuzevakken of minors volgen, raden we af hiervoor een tweede inschrijving te nemen. Het is gewoon mogelijk om vakken bij andere opleidingen te volgen met de bestaande (hoofd-)inschrijving.
3. Twee opleidingen volgen: twee inschrijvingen
Studenten die daadwerkelijk twee opleidingen willen volgen en dus ook twee (P-)diploma’s willen behalen, raden we aan zich voor beide opleidingen in te schrijven. Ze vallen dan wel bij beide opleidingen in het BSA-regime. Probleem is hier dat studenten die graag over de jaren een tweede propedeuse willen halen, benadeeld worden, omdat het naast de hoofdopleiding bijna onmogelijk is om 30 EC extra halen.
4. Uitschrijven voor 1 februari: geen BSA
Wanneer een student vóór 1 februari uitgeschreven is van de opleiding, dan wordt hij vrijgesteld van het BSA. In de praktijk betekent dit dat de student zich uiterlijk 31 december via Studielink moet uitschrijven. Wanneer de student zich het volgend academisch jaar weer voor dezelfde opleiding inschrijft, wordt hij beschouwd als eerstejaars en valt dus onder de bepalingen die gelden voor BSA.
5. Hinder door persoonlijke omstandigheden: z.s.m. contact opnemen met studieadviseur
Als een student hinder ondervind bij zijn studie door persoonlijke omstandigheden is het erg belangrijk dat deze persoonlijke omstandigheden worden gemeld bij de studieadviseur. De studieadviseur neemt deel aan de facultaire BSA-commissie die zal beslissen over het al dan niet uitstellen van het BSA, als deze commissie niet tijdig op de hoogte wordt gesteld van de persoonlijke omstandigheden, zullen de kansen op uitstel danig slinken.
Bij de invoering van het BSA zijn er twee belangrijke momenten geweest die de Studentenraad heeft aangegrepen om kritiek te geven op de plannen zoals die er toen der tijd lagen. Het eerste moment vond plaats in collegejaar 2008/2009, waar de maatregel BSA in het geheel zou worden ingevoerd. Het tweede moment, collegejaar 2010/2011, ging om een verhoging van de BSA norm van 30 EC naar 45 EC.
Bij de invoer in 2008/2009 is er door de Studentenraad veel kritiek gegeven op de plannen die er lagen. Er zijn toen veel contactmomenten geweest tussen de Studentenraad en het College van Bestuur. Tijdens deze momenten is er veel gespard over de maatregel én met resultaat. De Studentenraad heeft indertijd twaalf randvoorwaarden opgesteld voor invoer van de maatregel en tien van deze randvoorwaarden zijn meegenomen, die hieronder zijn te vinden.
Bij de verhoging van de norm in 2010/2011 zijn er wederom een aantal punten bereikt. De belangrijkste daarvan zijn: een uitbreiding van uitzonderingsbepaling over onstudeerbaarheid van het curriculum (zie par. 2) en een vergroting van de financiële middelen die naar studiebegeleiding gaan.
Procedureel
- Doel: Studenten krijgen een bindend studieadvies over het gehele propedeusejaar, waarbij de mogelijkheid bestaat om ieder tentamen te herkansen.
Middel: Studenten krijgen een voorlopig bindend studieadvies van 30 ECTS in juni. Wanneer de BSA-norm niet is gehaald, kan de student (op eigen verantwoordelijkheid) kiezen om tentamens te herkansen in augustus, waarmee de mogelijkheid bestaat dat de BSA-norm wél wordt gehaald.
- Doel: Een vlekkeloze invoering van een BSA.
Middel:
- Aankomende studenten dienen minstens één jaar voorafgaand aan de studie op de hoogte te zijn van het hebben van een BSA in hun eerste collegejaar.
- Een onderzoek naar studiebegeleiding op alle faculteiten dient, voorafgaand aan de invoering van een BSA, te worden uitgevoerd.
- De studeerbaarheid van opleidingen dient bewezen te zijn. Per september 2009 zullen enkele opleidingen een geheel nieuwe BSc aanbieden, waarvan de studeerbaarheid nog niet bewezen is.
Voorwaarde: Voer het BSA pas in, wanneer aan alle bovenstaande middelen is voldaan.
Studiebegeleiding
- Doel: Studiebegeleiding dient op iedere faculteit op orde te zijn.
Middel: Voer een onderzoek uit naar studiebegeleidingsystemen op alle faculteiten, voorafgaand aan de invoering van het BSA. De verschillende systemen zullen naast elkaar worden beoordeeld, waarbij best practices van faculteiten (gedeeltelijk) instellingsbreed worden ingevoerd.
- Doel: Studiekeuzegesprekken en gesprekken naar aanleiding van de studievoortgangbrieven dienen goed gefaciliteerd te kunnen worden.
Middel: Er dienen voldoende goed gekwalificeerde studieadviseurs beschikbaar te zijn, voordat een BSA wordt ingevoerd. Studieadviseurs dienen te zorgen voor de eerste stap naar studiekeuzegesprekken met studenten. Onder studieadviseurs verstaat de SR geen docenten met een minieme studieadviseurcursus of studieadviseurs tijdelijk vanuit andere universiteiten.
- Doel: De ernstige consequenties van onvoldoende studievoortgang, en de mogelijkheden tot begeleiding en verwijzing, dienen voor de student bekend te zijn. De student moet bewezen voldoende begeleid zijn.
Middel: Studenten, die de BSA-norm niet (dreigen te) halen, worden bij verzending van iedere studievoortgangbrief standaard binnen twee weken uitgenodigd voor een gesprek met de studieadviseur.
- Doel: Studenten worden daadwerkelijk verwezen naar de juiste plaats.
Middel: Een student behoudt, na het niet halen van zijn/haar BSA-norm of wanneer hij/zij stopt tijdens het eerste collegejaar, nog de mogelijkheid tot studieloopbaanbegeleiding voor de looptijd van uiterlijk één kalenderjaar na staken van de studie.
Voorafgaand aan de studie
- Doel: Aankomende studenten dienen op een eerlijke manier bewust te worden gemaakt van hun succeskansen op de TU Delft.
Middel: Alle opleidingen dienen de voorlichting naar aankomende studenten eerlijker te maken. Relaties tussen onder andere wiskundecijfer, slagingskans en aantal studiepunten dienen voor iedere opleiding naar iedere aankomende student helder te worden uitgedragen. Vooral de Young Professional-aanpak van faculteit 3mE kan als leidend voorbeeld worden gezien.
- Doel: Aankomende studenten worden ook persoonlijk gewezen op de inhoud, het niveau en de werkdruk aan de TU Delft.
Middel: Iedere aankomende student wordt ruim voor aanvang van de studie standaard uitgenodigd voor een oriënterend studiekeuzegesprek. Er kunnen geen consequenties volgen uit dit gesprek. Het initiatief tot het houden van een studiekeuzegesprek ligt bij de TU Delft.
Overig
- Doel: Kansrijke studenten mogen niet worden weggestuurd. Persoonlijke en onvoorziene omstandigheden worden meegenomen in de bepaling van het bindende studieadvies.
Middel: Bij reden tot twijfel over de juistheid van het advies, door bijvoorbeeld persoonlijke of onvoorziene omstandigheden, kan de student terugvallen op een hardheidsclausule, die van tevoren wordt opgesteld.
- Doel: De effectiviteit van het BSA op de TU Delft dient bewezen te kunnen worden.
Middel: Het BSA wordt na drie jaar zowel kwantitatief als kwalitatief geëvalueerd.
Vragen en antwoorden




